Mooi slot breien aan het seizoen

Emiel begint dit weekend aan het begin van het slot van het seizoen. Er staat de komende weken immers nog heel wat op de kalender. Te beginnen dus met de Tour de l’Avenir, of de Ronde van de Toekomst.

Dat is een zevendaagse rittenwedstrijd voor landenteams met U23-renners en meteen één van de meest prestigieuze rittenwedstrijden voor beloften. De editie van 2023 werd gewonnen door Isaac del Toro die ondertussen voor het World Tour team van UAE rijdt. Andere winnaars op de erelijst zijn Cian Uijtdebroeks, Tadej Pogacar, Egan Bernal, Tobias Foss, Marc Soler en anderen… Om maar te zeggen dat heel wat grote namen via de Tour de l’Avenir hun weg gezocht en gevonden hebben naar het allerhoogste niveau.

Vorig jaar telde de wedstrijd nog een individuele én een ploegentijdrit. Dit jaar is er alleen de individuele tijdrit die trouwens meteen de opener is van de rittenwedstrijd, zondag in en rond Sarrebourg.

Emiel trainde de voorbije weken voor het eerst met de tijdritfiets, benieuwd wat dat zondag zal geven.

De tweede rit is er eentje van 185 kilometer met 1695 hoogtemeters. Daarmee is de toon meteen gezet, want dinsdag volgt een rit van 170 kilometer en 2141 hoogtemeters. In het vakjargon: overgangsritten. Al is de dinsdagrit zeker niet te onderschatten: diep in de finale zit namelijk de Côte de Corlier (10,2 km aan 4,6%), waarna enkel nog een tien kilometer lang plateau volgt.

Woensdag wordt het ernst met een ritje van amper 70 kilometer en 2635 hoogtemeters met aankomst bovenop La Rosiére. Zonder meer een loodzware rit: eerst de Côte des Chapelles (8,8 km aan 6,3%). Daarna de klim naar Les Arcs 1800 (9,8 km aan 7%) en tot slot La Rosière (17,4 km aan 5,8%)

Ook donderdag wordt er geklommen naar les Karellis (142 km en 3552 hoogtemeters). Eerst gaan we naar het dak van de ronde, de Col de l’Iseran (45,6 km aan 4,2%). Vanaf de 2770 meter hoge top volgt een lange afdaling, die de renners naar de voet van Les Karellis (12,3 aan 7,8%) brengt waarna de lastige slotklim volgt.

Vrijdag ligt de aankomst in Condove met een lang vlak stuk naar de finish (119 km en 2157 hoogtemeters). De finalerit van zaterdag gaat naar de legendarische Colle delle Finistére over 125 kilometer met 2640 hoogtemeters. De 16,2 kilometer lange slotklim, met een gemiddeld stijgingspercentage van maar liefst negen procent is voor dee echte klimmers ongetwijfeld een speeltuin. Maar: de laatste acht kilometer gaan over onverharde wegen.

Het Belgische team wordt gevormd door Emiel, Robin Orins, Tim Rex, Aaron Dockx, Gauthier Servranckx en Jarno Widar. Deze laatste zal ongetwijfeld de kopman zijn van het team dat met de pocketklimmer op de eindzege mikt. Onder meer Emiel, Aaron en Tim Rex toonden dit seizoen al dat ze ook in het klimwerk meer dan hun mannetje kunnen staan. Maar volgende week zal hun taak ongetwijfeld bestaan uit het zolang mogelijk bijstaan van Widar.

Ontdek onze wijn- en bierpakketten

Nieuwe mutsen voor de koude winterdagen

Muts

Update webshop met
nieuwe fan artikelen

Heb jij onze Saint-Emiel wijn al geproefd?